Magazine: Interview Boer & Leven

Half februari van dit jaar viel plots een nieuwe Facebook pagina op, Boer&Leven. Een nieuwe Facebookpagina is op zich geen groot nieuws, maar in tegenstelling tot vele anderen bracht deze pagina informatie op een andere manier. Geen fotoreeksen van machines in het veld, maar informatie voor boer en burger. Onze interesse was geprikkeld, en enkele berichten later maakten we een afspraak in de Hooibeekhoeve met Dylan, Stephanie en Katrien, de jongelui achter de pagina.

Informatie over de landbouwsector wordt via veel kanalen verspreid. Correcte informatie, die is echter dun gezaaid. Afgaande op wat in de algemene pers verschijnt zijn landbouwers vervuilers, gaan ze niet correct om met dieren en leven ze van subsidies. Het was dan ook verfrissend om de verschillende posts op Boer&Leven te lezen, die in duidelijke taal correcte informatie weergeven.

Achter dit project vinden we Dylan, Stephanie en Katrien, drie studenten van de Thomas More hogeschool in Geel. Hectares ging met hun in gesprek.

Hectares: Schets eens hoe Boer&Leven ontstaan is?
Katrien:
We kregen van school uit een opdracht om de landbouwsector te promoten naar de buitenwereld toe. We hadden alle vrijheid over de invulling, samen met Stephanie en Dylan heb ik uiteindelijk gekozen voor een Facebookpagina en een Instagramprofiel. Het leek ons de handigste manier om te communiceren en onze doelgroep te bereiken. De bedoeling van ons project is de mensen buiten de landbouwsector te informeren over op welke manier producten tot stand komen en wat de voordelen zijn van lokale producten. Ook halen we bijvoorbeeld veiligheid en gezondheid aan.

HE: Dylan, wat is jullie doelgroep?
Dylan:
We richten ons op de brede maatschappij. De kennis van de gewone burger over de landbouw is beperkt, en wat ze weten is hun ingegeven door de algemene pers. Naar de landbouwers toe moeten we het niet hebben over voedsel voor koeien, waar de melk vandaan komt of waarom kalfjes in hokken zitten. De gewone burger kunnen we hier wel over informeren.

HE: Hoe vinden jullie dat de landbouwsector in de pers komt?
Stephanie:
We mogen gerust zeggen dat het éénzijdige verhalen zijn. De landbouwsector wordt in veel verhalen betrokken, zoals klimaat, stikstof, vervuiling, dierenmishandeling, maar zelden worden de boeren zelf aan het woord gelaten. Het zijn echter telkens heel brede verhalen, waarin veel verschillende spelers een rol hebben. De artikels die verschijnen worden ook meestal gebracht door iemand die niet uit de sector komt en slechts een beperkte kennis van de sector heeft. Zo krijg je natuurlijk die éénzijdige verhalen. De afstand tussen boeren en burgers is te groot geworden, maar tegelijk heeft wel iedereen een mening over onze sector.

HE: Boer&Leven is een schoolproject, stopt het voor jullie nadat de punten gegeven zijn?
Katrien:
Als de punten gegeven zijn zal het inderdaad wel wat rustiger worden, maar ikzelf vind het boeiend om op deze manier informatie te verspreiden, dus het zou goed kunnen dat ik verder doe. Daarnaast nemen we wat we uit deze opdracht leren mee naar onze eigen bedrijven en situaties. We beseffen intussen alle drie wel de waarde van open communicatie. Het is een mooie manier om zelf met ons nieuws naar buiten te komen en aan anderen te tonen waar we mee bezig zijn, op welke manier we werken.

HE: jullie hebben nog niet de maken gehad met gerichte acties van bepaalde groeperingen op jullie pagina?
Dylan:
Zelf hebben we nog niets dergelijks voorgehad, maar we hebben het natuurlijk wel al bij anderen gezien. Vroeger maakte ik mij daar zeer druk in. Het zijn mensen die vast houden aan de eigen mening, en niet open staan voor andere opinies. Nog erger wordt het wanneer ze onwaarheden verder gaan verspreiden. Ze geloven die leugens en willen de werkelijkheid niet weten. Met zo’n mensen in discussie gaan is verloren energie. Die krijg je nooit overtuigd van de waarheid. Ik stop liever mijn tijd in mensen die open staan voor andere meningen en die willen bijleren.

Katrien: Persoonlijk zou ik er wel nog tegen in gaan en mijn verhaal doen. Maar ik besef ook dat ik hun denkwijze niet ga kunnen veranderen. Ik respecteer elke mening, maar wanneer er onwaarheden verteld worden zie ik het toch als mijn taak om die recht te zetten. Ik hoop dan dat andere lezers toch iets meepikken van beide zijden, en niet enkel de onwaarheden lezen.

Stephanie: We proberen onze berichten ook zo informatief en objectief mogelijk te maken en vermijden om onze eigen mening in de berichten te laten doorschijnen. Op die manier geven we ook niemand wapens om onze berichten  aan te vallen.

HE: Jullie staan klaar om het echte leven in te stappen. Hoe zien jullie de toekomst van de landbouw in Vlaanderen?
Katrien:
Ik moet toegeven dat ik meer en meer schrik krijg voor de/onze toekomst. Mijn ouders zijn nog jong, dus overnemen zit er niet meteen in. Ik ga dus eerst ergens gaan werken en daar extra kennis op doen. Zo krijg ik ook meer tijd om mij voor te bereiden. Wie weet waar we over enkele jaren staan in Vlaanderen. Ik geloof zeker nog in een toekomst voor de landbouw in België, maar nu heb ik ergens wel schrik wat er op ons af gaat komen.

Stephanie: Onze toekomst gaat er zeker niet op vergemakkelijken. We gaan als sector bepaalde zaken anders moeten gaan bekijken. Er mag echter ook niet veel veranderen, anders heeft onze sector geen toekomst meer.

Dylan: Ik kom zelf niet uit de landbouw, maar wil er wel actief in worden. Een bedrijf overnemen zal echter niet doenbaar zijn. Voor wat ik zie zal het er in de toekomst ook niet gemakkelijker op worden. Een bedrijf over nemen zie ik niet direct als een mogelijkheid, maar één starten behoort vrees ik ook niet tot de opties…

HE: Sinds een aantal maanden zien we bepaalde woorden geregeld opduiken in de algemene pers. Ik ben benieuwd naar jullie reactie op die woorden.

“Megastallen”
Stephanie:
Dat is een relatieve term. Ik denk dat er in België maar weinig tot geen echte megastallen zijn, zoals we die kennen in bijvoorbeeld de VS of het oosten van Europa. Het woord heeft ook een negatieve klank, terwijl dat dat niet nodig is. Een groot, gespecialiseerd bedrijf is efficiënter, heeft minder milieu-impact en haalt een hogere productie. Moeten er in Vlaanderen vergunningen gegeven worden voor stallen met enkele duizenden melkkoeien? Dat weet ik ook niet. Ik betwijfel ook of er veel interesse is in België voor dat formaat bedrijven. Maar de term zelf, die is niet correct voor wat we in België kennen.

Katrien: Bij “megastallen” wordt naar de boer gekeken die per toeval een grotere stal heeft. Waar niet naar gekeken wordt zijn de voederfabrikanten die verspreid over Vlaanderen meerdere bedrijven hebben die samen 1 megabedrijf vormen. Wanneer 3 broers/zussen samen boeren op 1 locatie, dan krijg je al snel grotere aantallen dieren bij elkaar. Is dat daarom meteen een megastal of megabedrijf? Ik vind van niet. De manier waarop dit woord in de pers is gebracht is gewoon oneerlijk, maar dit heeft ook veel te maken met de onwetendheid van de burger. Van mij mag er gerust ergens een grens komen, maar ik hoop vooral dat familiale bedrijven kunnen bestaan.

“Stikstofprobleem”
Katrien:
Er wordt altijd gezegd “Wanneer het regent in Nederland, druppelt het in Vlaanderen”. Ik denk dat het stikstofprobleem hier een mooi voorbeeld van is. Onze politiekers trekken hopelijk lessen uit de aanpak en de gevolgen van die aanpak in Nederland, en speelt dat in ons voordeel. Er worden al stappen gezet, maar dat er nog volgen, dat is zeker. Ik hoop dan ook dat ze zeker meenemen welke stappen er al genomen zijn in de landbouwsector, dat ze deze zeker niet vergeten.

Dylan: Dat er een strengere wetgeving komt, dat is zeker. Als sector gaan we niet anders kunnen dan ons aan die wetgeving aan te passen.

Stephanie: Het stikstofprobleem wordt gekoppeld aan de landbouwsector, maar we zijn zeker niet de enige die bijdragen. Het is logische dat we verantwoordelijk zijn voor een (groot) deel van het probleem, maar ook de andere bijdrages moeten de handschoen opnemen. De focus op 1 sector is ronduit fout. Wanneer we horen dat er 1 op de 8 huizen in Vlaanderen niet aangesloten is op de riolering, en dus hun afvalwater lozen in open waterlopen en tegelijkertijd moeten vaststellen dat de slechte waterkwaliteit integraal in de schoenen van de boeren geschoven wordt, dan is het normaal dat we reageren. En zo zijn er nog voorbeelden.

“Overproductie”
Katrien:
Voedsel moet sowieso ergens vandaag komen. Wij produceren zo’n hoogwaardig voedsel op een uiterst efficiënte manier, dat er de vraag uit het buitenland komt. Is het niet normaal dat wij als economische sector antwoorden op die vraag? We leven in een regio met uiterst vruchtbare grond en quasi ideale seizoenen. Het is dus logisch dat we een hoge productie hebben. Ik zou dus niet stellen dat we overproductie kennen, eerder dat we een grote meerwaarde bieden voor de economie. Ik denk dat we dan ook terecht fier mogen zijn op de hoogwaardige producten voor eigen bodem.

Stephanie: We moeten ook onze standaarden in rekening brengen. We hebben hoge eisen op gebied van voedselveiligheid, dierwelzijn en -gezondheid,…. We kunnen er zeker niet van uit gaan dat geïmporteerd voedsel aan diezelfde eisen voldoet. Wanneer er dan deals worden gesloten boven onze hoofden, bijvoorbeeld Mercosur, waarin de EU in ruil voor Zuid-Amerikaans rundsvlees auto’s mag exporteren, dan is het terecht dat wij ons zorgen maken. Als er sprake is van overproductie, waarom is er dan de nood om bijna 100.000 ton rundsvlees van ginder naar hier te halen. Laat onze markt bediend worden door onze boeren! Omgekeerd, als dergelijke import kan, dan mag er geen probleem zijn met export.

“Mestoverschot”
Stephanie:
Mestoverschot is relatief. Er zijn plekken waar er teveel is, er zijn plekken waar er te weinig is. Grenzen maken dat er mestoverschot is. Bepaalde mestsoorten mogen na bepaalde bewerking uitgevoerd worden, maar dat geldt niet voor alle mest. Terwijl onze boeren een oplossing moeten zoeken om van hun mest af te geraken, kennen boeren in Frankrijk of in het oosten van Europa een tekort. Daar zou Europa dringend iets moeten aan doen.

Katrien: Ik denk als er straks strenge regels komen en de veestapel in België moet krimpen of zelfs volledig willen bannen, dat we dan in België niet veel later misschien zelfs een mesttekort gaan kennen. En dan denk ik dat we een groter probleem gaan hebben dan nu. Met kunstmest gaan wij de bodem en het bodemleven lang niet zo vruchtbaar kunnen houden en zouden we enorme verliezen gaan krijgen op de overblijvende teelten.

Ik denk dat het grootste probleem in België vooral ligt bij het feit dat het vee zeer streekgebonden zit, er zijn plaatsen waar er veel mestafzet gedaan moet worden, wat gewoon elders in belgië gebracht kan worden omdat in die streken veel akkerbouw is en weinig vee.

 

Dit artikel verscheen eerder in Hectares Magazine 2021-002 – Lees het magazine hier gratis online!

Previous post Lemken breidt Azurit-lijn verder uit
Next post Vanggewassen houden ook van een nazomer
%d bloggers liken dit: