fbpx

Groeten uit Canada (4)

Dag iedereen,

 

Het is weer voorbij, die mooie zomer… Terwijl in België de temperaturen nog vlotjes 25 graden en meer halen gaat hier soms ’s nachts de verwarming al terug aan. De herfst doet stilletjes aan zijn intrede. Op een van mijn laatste vrije zondagen steek ik onder het genot van een frisse pint het kampvuur nog eens aan. Nog enkele weken en we kunnen er aan beginnen. De graanvelden verkleuren goudgeel en het moment waar we zo lang hebben naar uitgekeken komt met de dag dichterbij, de oogst 2020 staat voor de deur! Hoewel we al volop bezig zijn met de voorbereidingen blik ik vandaag even terug op de afgelopen zomermaanden. Ze hadden mij op voorhand verteld dat de zomer hier heel rustig was, maar dat bleek toch anders uit te draaien. Op een dikke twee weken vakantie na zijn we bijna elke dag bezig geweest met spuiten, transport en reparaties.

 

Wie zaait zal oogsten zeggen ze wel eens, maar wie zaait zal ook zijn gewas moeten verzorgen.  Een week na opkomst zijn we beginnen spuiten tegen het onkruid. In de granen gebeurt dat op dezelfde manier als thuis en wordt er een mengsel van verschillende herbiciden toegepast. 1 bespuiting volstaat hier. Door de lange dagen – en dus veel zonlicht – groeit het graan zeer snel en sluit het gewas zich voor de nieuwe onkruiden de kans krijgen zich te ontwikkelen.

In het koolzaad ligt de  onkruidbestrijding dan weer heel anders dan thuis. Alle variëteiten zijn hier Round-up of Liberty ready. Dit betekent dat het koolzaad genetisch gemodificeerd is om resistent te zijn tegen deze herbiciden en hun actieve stof, respectievelijk glyfosaat en glufosinaat. Dankzij die resistentie kunnen we dus gebruik maken van 1 enkelvoudig product en dat maakt het spuiten een stuk makkelijker. Liberty en Round-up komen hier, net zoals veel ander producten die in grote hoeveelheden worden toegepast, in grote herbruikbare vaten van 400 liter die we gemakkelijk kunnen aansluiten op de pomp waarmee we de spuitmachine vullen.  Gezien de grote volumes die we hier verbruiken is dat veel makkelijker dan bussen van pakweg 20 liter zoals we die in België kennen. Om een idee te geven, dit voorjaar alleen al is er een dikke 2200 liter Round-up en een dikke 3000 liter Liberty doorheen gegaan. Al het koolzaad wordt 2 keer behandeld tegen onkruiden.  Fungiciden en insecticiden worden hier zelden toegepast. Een enkeling past fungiciden toe in het koolzaad tegen Sclerotinia, maar dat is meer uitzondering dan regel.

 

Het spuiten zelf is hallucinant om te zien. Hoewel ik in Amerika al genoeg spuitmachines aan het werk had gezien was ik compleet vergeten aan welke snelheden er hier gewerkt wordt. 25 km/u is geen uitzondering op de prairies. Thuis zouden ze ons gek verklaren, hier is dat de normaalste zaak van de wereld. Op korte tijd moet het volledige areaal behandeld worden en dat kan alleen maar door de snelheid op te drijven. Brede spuitbomen (meer dan 39 meter) zie je hier niet. De hellingen, bossen, vijvers, grachten, noem maar op… maken het alleen maar moeilijker om deze heel brede spuitbomen te gebruiken. Dankzij de hoge snelheden en de 39 meter brede spuitboom behandelen we dagelijks ongeveer 500 hectare.

Een ander groot verschil met het thuisfront is dat er hier zeer weinig water gebruikt wordt tijdens het spuiten. Als ik hier vertel dat we thuis dikwijls 400 liter per hectare verspuiten geloven de boeren niet wat ze horen. Alles behalve Liberty wordt hier aan 28 gallons (112 l) per hectare gespoten. Bij Liberty is dat 40 gallons oftewel 160 liter. Hoge druk en dus een zeer fijne nevel zorgen voor een zo egaal mogelijke dekking. Van driftreductie moeten ze hier nog niet weten…

Om die grote oppervlaktes vlot te kunnen behandelen moet je beschikken over het nodige ondersteunende materiaal. Elke landbouwer hier heeft een vrachtwagen met watertanks en de voorraad chemicaliën die mee van perceel naar perceel verhuizen. Op deze vrachtwagen staat ook een pomp en een mengunit voor de producten. Door een dikke slang wordt alles dan in de spuit gepompt.

Mijn rol hier is net zo eenvoudig als tijdens het zaaien: zorg ervoor dat de spuitmachine altijd bevoorraad blijft. Dit wil zeggen water aanhalen met de tanker, de vrachtwagen verplaatsen van perceel naar perceel en tussendoor langs huis om chemicaliën aan te vullen. Water moeten we hier in het volgende dorp gaan halen. Op het erf is wel een geboorde put maar die heeft slechts een zeer beperkte capaciteit. In elk dorp zijn daarom zogenaamde ‘bulk water stations’ waar iedereen – tegen betaling weliswaar – grote hoeveelheden water kan gaan halen.

Maar genoeg over dat spuiten. Tussen de eerste en de tweede behandeling was het alle hens aan dek op de afdeling mooi werk! Een week volle gas in het graantransport! De mensen die mij beter kennen weten dat ik naast de landbouw ook gefascineerd ben door alles wat met transport te maken heeft, en laat dat nu net een groot deel zijn van het werk op een Canadees landbouwbedrijf. Zoals ik enkele maanden geleden al had beschreven hebben we tijdens de oogst dit voorjaar al het koolzaad zelf moeten opslaan op het eigen bedrijf omdat er geen treinen beschikbaar waren voor de handelaars. Na de oogst bleef het echter maar duren vooraleer we konden starten met leveren. Officieel was dat omdat er nog altijd geen treinen beschikbaar waren maar na veel vijven en zessen kregen we bericht dat er problemen waren met “excretie” in het koolzaad. Eenvoudig gezegd: de muizen die zich doorheen de winter tegoed hadden gedaan aan het koolzaad hadden daar ook hun behoefte achtergelaten. Het toeval wil dat muizenstrontjes ongeveer dezelfde vorm, grootte en gewicht hebben als het koolzaad wat maakt dat het bijna onmogelijk is om dat van elkaar te scheiden. Om te vermijden dat de handelaren zelf het koolzaad niet zouden kwijtraken moesten alle landbouwers stalen afleveren voor analyse waarna besloten werd of ze al dan niet mochten leveren. 0,1 procent excretie gemiddeld over de volledige levering, dat was de ‘cut-off’. Alles wat hoger zat werd niet geaccepteerd en daar bleven de boeren dus mee zitten. Wij zijn uiteindelijk gestrand op iets meer dan 0,05 en mochten dus leveren, weliswaar tegen een verlaagd tarief. Landbouwers die hun koolzaad in zwad hadden gemaaid hebben heel wat meer problemen. Velen zitten tussen 2 en 3 procent en blijven soms met duizenden tonnen koolzaad achter die niemand wil. Los daarvan heb ik mij goed kunnen amuseren, 7 of 8 vrachten per dag en veel tijd om te babbelen met de collega-chauffeurs in de wachtrij aan de silo’s maakt van dit werk een zeer aangename bezigheid waarbij je veel nieuwe mensen leert kennen.

 

Na al het spuiten, koolzaad leveren, reparaties en machines kuisen was het dan eindelijk tijd om er een tijdje tussenuit te knijpen en Canada te gaan verkennen. Omwille van Covid-19 werd mij vanuit IRE aangeraden om in Alberta te blijven. Geen enkel probleem, meer dan genoeg te zien hier! Auto huren en weg zijn we! Op het programma: een 3500 kilometer lange roadtrip naar en doorheen verschillende nationale parken waaronder Jasper National Park en Banff National park. Dit zijn 2 van de meest bezochte parken in Canada en liggen in en rond de Rocky Mountains. Een absolute aanrader om te bezoeken. Hoewel ik niet de grote reiziger ben (ik weet het, het klinkt wat raar om dat te zeggen vanuit Canada) heb ik enorm genoten van de prachtige en adembenemende natuur die Canada rijk is. Het is niet in woorden te omschrijven hoe machtig het is om van bovenop de bergen over de gletsjers uit te kijken en de wereld heel even te vergeten. 1 van de absolute toppers was Lake Louise, een prachtig azuurblauw meer dat elke verbeelding tart. Achteraf gezien heb ik spijt dat ik niet meer tijd heb gemaakt om te gaan wandelen en te ontdekken in de verschillende parken, maar ja dat besef je vaak te laat… Na de verschillende parken ben ik nog verder naar het zuiden getrokken richting Calgary. Niet ver daar vandaan ligt het stadje Drumheller. Hoewel ze daar veel dinosaurussen gevonden hebben was ik meer geïnteresseerd in het mijnbouwverleden van de regio en heb ik enkele oude mijnsites kunnen bezoeken. Ik ben ook bij 1 van de laatste actieve koolmijnen van Canada een kijkje gaan nemen. Helaas was de mijn niet toegankelijk voor bezoekers omwille van Covid-19. De reis kende zijn eindpunt in Frank, wederom een klein mijnbouwdorpje, ditmaal nabij Lethbridge. Frank is het decor voor 1 van de grootste mijnbouwrampen uit zijn tijd. Tijdens de ramp, beter bekend als “The Frank Slide” stortte een kolossaal groot stuk van de berg waarin naar steenkool ontgonnen werd naar beneden. Het is vreemd om te bedenken dat onder al het puin nog ergens de overblijfselen van het dorp liggen, maar zeker de moeite om te bezoeken. Vanuit Frank is het een dikke 10 uur rijden terug naar Grand Prairie. Hoog tijd om de terugreis aan te vangen want er is werk aan de winkel!

Terug thuis van vakantie is het hoog tijd om te beginnen aan de voorbereidingen voor oogst 2020. Onderhoud, herstellingen, nieuwbouw, de lijst lijkt eindeloos. Momenteel zijn we bezig om enkele dichtingen op de achteras van de Fendt 930 te vervangen en uit te zoeken waarom de brandstoftank lekt. Eens dat achter de rug is komen de dorsers aan de beurt, groot onderhoud, een hoop kettingen en riemen vervangen en dan kunnen die er ook weer tegen. Het zal nog enkele weken duren vooraleer alles klaar is, maar dan kan het feest pas echt beginnen!

 

Tot volgende keer,

 

Sim!

Close
%d bloggers liken dit: