Vervaet heeft de derde generatie van zijn zelfrijdende mestmachine Hydro Trike voorgesteld. De Hydro Trike 3.0 werd van de grond af opnieuw ontwikkeld en verschijnt op een modulair platform waarop zowel een drie- als vijfwielige uitvoering worden gebouwd. Volgens de fabrikant zijn vrijwel alle onderdelen vernieuwd, met als doel meer capaciteit, meer trekkracht en een hogere inzetbaarheid.
De nieuwe Vervaet Hydro Trike wordt leverbaar met een tankinhoud van 17 m³ voor de driewieler en 21 m³ voor de vijfwieler. Beide modellen krijgen een 530 pk sterke Mercedes MTU-zescilindermotor en een nieuwe VSG 2.0-transmissie. Die moet in het lage snelheidsbereik tot 45 procent meer trekkracht leveren, wat vooral bij het werken met brede en zware bemesters een voordeel biedt.
Ook de hefinrichting werd volledig hertekend. Het hefvermogen stijgt van 5.000 naar 10.000 kilogram, terwijl de 5-wielversie beschikt over een aangedreven middenas die de tractie verder verhoogt. Daarnaast koos Vervaet voor een grotere bandenkeuze, waardoor het contactoppervlak met de bodem volgens de constructeur met ongeveer 30 procent toeneemt ten opzichte van de vorige generatie. Dat moet de bodemdruk verder beperken.
Het mestsysteem bestaat uit een Börger-verdringerpomp met een capaciteit tot 13.500 liter per minuut, gecombineerd met de gekende Vervaet Cycloonsnijder. Optioneel is de machine uit te rusten met het Superfill-systeem, dat de vultijd verkort dankzij een turbovuller en een grotere aanzuigleiding.
Ook de cabine kreeg een grondige update. De Hydro Trike 3.0 maakt gebruik van de Claas X11-cabine en beschikt over een volledig nieuwe gebruikersinterface waarop de rij-aandrijving, hef en mestsysteem centraal worden aangestuurd. Daarnaast zijn onder meer de hefregeling, bandendrukregeling en verschillende machinefuncties elektronisch instelbaar.
Met de introductie van de Hydro Trike 3.0 zet Vervaet een volgende stap in de verdere ontwikkeling van zijn zelfrijdende mestmachines. Volgens de Nederlandse constructeur is de nieuwe generatie ontworpen met het oog op hogere prestaties, meer gebruiksgemak en een lagere bodembelasting, terwijl het modulaire platform de productie en het onderhoud moet vereenvoudigen.

